Oefening voor het hartgebied, de schouders, de nek en het hoofd

  • Je ligt op je linkerzij, de bovenbenen maken een rechte hoek met de romp, de onderbenen ook met de bovenbenen. De armen liggen op schouderhoogte gestrekt op elkaar; parallel aan de bovenbenen.
  • Teken met je rechterarm een wijde sierlijke halve cirkel door de lucht tot hij rechts op de grond komt te liggen. De vingertoppen leiden de beweging, de ogen en het hoofd volgen de rechterhand. De hele romp ligt nu gedraaid, de armen horizontaal gespreid. Kun je de breedte ervaren tussen je linker en rechter vingertoppen. De knieën blijven op elkaar naar links gewend op de grond liggen.

Je kunt bij deze beweging denken aan een knop van een bloem. Als de zon schijnt, ontvouwen de blaadjes zich beetje bij beetje alle kanten op. Als je de armbeweging maakt,  ontvouw je als het ware het borstgebied en kan de adem makkelijker alle kanten op stromen, naar de ruimte toe.

  • Als de armen gespreid zijn, voel je mogelijk een grote openheid in de borstkas. Je kunt de rechterarm dan weer door de lucht terugbrengen. Je kunt met de hand ook boven je hoofd langs een halve cirkel over de grond tekenen om weer op de linkerzij te komen. Deze beweging maakt je ook de bewust van de buitenruimte. Als de arm de boog maakt, kun je dat doen met het bewustzijn van ‘ruimte en lichtheid ervaren’ en daar ook ‘aanwezig zijn’ tot in de vingertoppen. De vingers hebben energetisch een sterke verbinding met de ribben. Naarmate je je intens maar zacht in de buiten ruimte uitstrekt, wordt de binnenruimte, de borstkas, verder geopend. Het werkt ook door in de schouders, nek en hoofd.
  • Als pure bewegingsoefening werkt deze oefening indirect op de adem in. Door de rekking in de flank, de oksel en het gebied rond het sleutelbeen wordt de adem gestimuleerd om in deze ruimtes te stromen. Maar als je uitademing voldoende lang is, kun je de beweging ook coördineren met je adem. Je laat de inademing komen tijdens in de rustposities van de armen en verbindt de bewegingsfases met de uitademing. Ter ondersteuning kun je adem uitblazen op ‘ffff’ of ‘hoe’, of neuriën. De zoemklank in de ruimte versterkt de ervaring van de buitenruimte.
  • Nadat je met de rechterarm geoefend hebt, ga je op je rug liggen om na te voelen en beide kanten te vergelijken. Leg de armen gehoekt naast het hoofd of net even onder de schouders gestrekt met de handpalmen open.
  • Hoe voelen de schouder; de borstkas, de verbinding tussen romp en armen? Adem door het borstbeen in en begeleid de ademenergie met ontspannen aandacht door het borstgebied onder de sleutelbenen door en via de schouderbladen uit richting grond.
  • Laat de schouders in de breedte ontspannende grond in zinken. Laat ruimte, openheid en zachtheid toe in het hartgebied.
  • Oefen daarna op je rechterzijde en met je linkerarm.

Nadat je de oefening aan beide kanten gedaan hebt, blijf je nog een moment op de grond liggen met gestrekte benen en horizontaal uitgespreide armen. Voel de lengte van je lichaam van top tot teen en neem de spanwijdte waar waartussen de vingertoppen van je rechter- en linkerhand zich bevinden. Hoe voelt deze breedte in verhouding tot de lengte van je lichaam? Laat de adem via de zijkant van de onderste ribben instromen en stel je voor hoe de adem via het lichaam naar de ruimte om je heen stroomt. Helemaal rondom, alle kanten op. Ervaar de ‘lichte’ zijnssfeer van het lichaam.

Jenneke van Doorn

Met dank aan ?Regine Herbig

Foto’s Jenneke

ontvouwen

ontvouwd

Hosting door Studio Projectie