De monnikskapspier en bovenste zaagspieren

 

Kennis van het fysieke lichaam en het fysieke lichaam aandacht geven helpt ons om geestelijke en spirituele kwaliteiten te ontwikkelen. Daarom is yoga voor mij een mooie ingang. Je merkt het wellicht niet direct maar een goede lichaamshouding en kennis van het lichaam helpen je om meer inzicht in jezelf te krijgen en meer vanuit je hart te leven. Ja, en dat laatste vraagt daarnaast soms ook moed en daadkracht.

De monnikskapspier is een van de spieren die de schouderbladen verbinden met de romp.

De bovenste vezels van de monnikskapspier zijn bedoeld om je schouders op te halen zodat je de armen omhoog en zijwaarts kunt bewegen, bijv. bij het ramenlappen. Het onderste gedeelte, dat meestal niet geactiveerd wordt, trekt de schouderbladen naar de rug en verbreedt de bovenrug. Je brengt daardoor stabiliteit in de schouders en de bovenarmen worden versterkt en ondersteund. Meestal zijn de koppen van de bovenarmen ietsje naar binnen gerold wat de bovenrug rond maakt en het borstgebied verkleint. Een ingezakte romp is het gevolg.

Wanneer je open bent rondom het hart (de kern van je lichaam) gebruik je meestal de schouders en armen ook op een gezonde manier. De stand van de schouderbladen bepaalt de inspanning die je armen moeten leveren.

Veel mensen sluiten echter het borstgebied af en daardoor worden de schouderbladen te hoog opgetrokken en ze belasten daardoor het bovenste gedeelte van de monnikskapspier.

Dat kan anders!

Monnikskapspier

 

Kom rechtop zitten of staan,

Span je innerlijk korset ietsje aan

Beweeg navel zacht tegen de wervelkolom aan en ietsje richting borstbeen

Activeer de bekkenbodem iets,

Mooi lang maken tussen staart en kroonpunt)

Je referentiepunt is de punt van het schouderblad. Misschien kijk je even in de spiegel of voel je met de hand. Beweeg dan deze punt ongeveer 2 cm. in een diagonale lijn naar beneden.

Het sleutelbeen aan deze kant lijkt zich te strekken en de bovenarm lijkt enigszins naar buiten te draaien.

Als je dit ervaren hebt, kun je met een beweging van een seconde het schouderblad me een licht schokkende beweging naar beneden trekken. Later wellicht sneller. Er hoeft niets versterkt te worden. Door dit iedere dag even aandacht te geven en te activeren verbetert de samenwerking tussen je hersenen en je spieren waardoor de stand van je schouders verbetert.

Je oefent beide zijden apart want er kan een groot verschil zijn tussen de ene en andere kant tussen de ene en de andere schouder. Het is geen kwestie van weken maar van maanden, geleidelijk aan, als je dit iedere dag oefent, zal er i.p.v. spanning een gezonde stabiliteit ontstaan. Dat werkt door. Ook je borst komt in de juiste houding.

Zaagspieren

De voorste zaagspieren ondersteunen het hart.

Deze spieren liggen ingeklemd tussen de ribben en het inwendige oppervlak van de schouderbladen. Ze strekken zich van de binnenrand van het schouderblad via de oksel uit tot halverwege de borstkas. Samen met de spieren die het schouderblad stabiliseren, spreiden ze de schouders door de schouderbladen dicht tegen de ribben te trekken en ze maken een verbinding met de dwarse buikspieren (korsetten). Ze strekken zich dus van de rugzijde naar de borst uit en geven driedimensionale steun. Ze liggen in een diepere laag van het bindweefsel dan de schouderspieren, dichter bij de kern van je lichaam.

Ze zijn aan de achterkant ook verbonden via twee stroken bindweefsel die van nek tot bekken lopen en worden daardoor ook omvat.

Aan de buitenkant van de hand bij de pink loopt een bindweefselverbinding naar de binnenkant van het schouderblad waar de zaagspieren zijn aangehecht.

Ook zijn de gevoelszenuwen in de hand verbonden met de zenuwen van de zaagspieren. De tastzin (met name van de pink en ringvinger) oefent via deze verbindingen invloed uit op de schoudergordel. We zullen er nog oefeningen voor doen in de les.

Wat kun je nu thuis oefenen?

Staan of zittend, ietsje je innerlijk korset aangespannen (navel zacht tegen de wervelkolom aan en ietsje richting borstbeen). Bekkenbodem ietsje geactiveerd. Lang tussen staart en kroonpunt.

De armen hangen ontspannen aan de zijkant van je lichaam.  Vanuit de bovenarmen draaien de handpalmen naar buiten. De schouderbladen gaan niet naar elkaar toe. Wellicht ervaar wel een kracht in het midden van het lichaam die het hele bovenste gedeelte van de romp ondersteunt. Je kunt ook, zonder je hand om te draaien, je bovenarmen naar buiten draaien.

Dan is een open borstgebied vanzelfsprekend. Je meer bewust zijn van de pink, ring- en middenvinger, en gebruiken, er mee voelen draagt hier ook toe bij. Daarover een andere keer meer.

Als je de kracht/ondersteuning van de zaagspieren ontwikkelt naast de gezonde stabiliteit die ontstaat als je de monnikskapspier gebruikt, heb je je eigen hulpmiddelen om je meer te openen naar de wereld om je heen. Je hebt meer innerlijke ruimte voor de ademenergie.  Ervaar zelf hoe dat doorwerkt, hoe je jezelf dan beleeft en wellicht, gevoeliger, meer vergeestelijkt?

Ik sluit af met heel ander werk van Leonardo da Vinci, want naast die verlichte en verheven en schitterend geschilderde figuren en het ’goddelijke’ licht, was hij een van de eerste kunstenaars die op zoek ging naar de anatomie van het lichaam bijna op een wetenschappelijke manier. Dat hoeven wij niet te doen. Toch kan nieuwsgierigheid en meer kennis van het lichaam het makkelijker maken, het lichaam te ervaren en te ontdekken hoe het bedoeld is om te gebruiken.

Jenneke

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met dank aan Mary Bond: ‘In evenwicht, oefeningen voor een gezonde lichaamshouding’.

Hosting door Studio Projectie