De schoudergordel

Door de bijzondere architectuur van het schoudergewricht is er maximale mobiliteit en maximale stabiliteit ondanks de fijne en vederlichte structuur.

De beenderstructuur van de schouders bestaat uit schouderblad (scapula) met de schoudergraat (Spina scapules), die over het schouderblad naar de top (acromion) van het sleutelbeen (clavicula) loopt. Het sleutelbeen heeft aan het einde een klein gewrichtje (AC gewrichtje) dat zorgt dat het sleutelbeen kan bewegen; zodat je de schouders kunt heffen en naar naar binnen en naar buiten kunt bewegen en het laat je armen meebewegen.

Dit geheel heet het schouderdak en verbindt je arm met je lichaam.

Onder de schoudertop (acromion) bevindt zich de schouderkop. Dat is de kop van je bovenarmbeen (humerus), die in de kom van je schouderblad past. Samen vormen zij het schoudergewricht. Het schoudergewricht is een kogelgewricht en ligt tussen de kop van je bovenarm en het gewrichtsvlakje van het schouderblad. Ertussen bevindt zich een slijmbeurs die de pezen die hier liggen vochtig houdt.

Je kunt je schouders optrekken, naar beneden laten zakken maar ook naar elkaar toe en van elkaar vandaan bewegen. Bovendien helpt het schouderdak mee aan het bewegen van je armen en je handen. De bovenarm kan alle kanten op: voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts, naar boven en naar beneden; naar binnen en naar buiten.

En dat is niet gewoon! We delen die buigzame schouders met de mensapen die net als wij afstammen van voorvaderen die deze armen ontwikkelden omdat zij zich aan hoge takken boven zich, van tak naar tak konden opheffen en al slingerend zich zo verplaatsten. Ik neem aan dat niemand dat nu nog nodig vindt om te doen, tenzij je natuurlijk Tarzan heet. Toch hebben buigzame schouders nog steeds veel nut ook om een heleboel rustige, gracieuze en sportieve en functionele bewegingen te kunnen maken.

Andere belangrijke spieren (ze liggen meer aan de oppervlakte) die we tegen komen als we oefeningen doen voor de schouders en bij schouderklachten betrokken zijn:

  • De driehoekspier (deltoideus) is een dikke, driehoekige spier die om de schouder heen ligt. Hij is aangehecht aan het sleutelbeen: Aan het boveneinde van het schouderblad en aan het ondereinde van de schacht van het opperarmbeen Hij geeft je schouder vorm en helpt mee om voor, achter, en zijwaarts te bewegen.
  • De monnikskapspier (trapezium). Die begint als een soort kleerhanger bij je nek en eindigt in een punt. Hij trekt je schouders nek en hoofd naar achteren en houdt je recht ook als je armen naar voren gaan.
  • De borstspier Pectoratis major. Trekt je arm voorwaarts en naar je lichaam toe en doet hem draaien.

Beperkingen

Schouders die niet goed functioneren, geven naast pijn in de schouders, ook vaak spanning in de nek en maken de overgang van de nekwervels naar de bovenrug rond.

Als je de schouders uit gewoonte naar voren trekt, kan het kraakbeen van de kop van je bovenarm slijten en ontstaat er artrose. Spieren die elkaars antagonisten zijn kunnen uit balans raken doordat de ene te kort en de ander te lang wordt.

Met aandacht oefenen

Zolang alle componenten normaal functioneren kan de schouder perfect bewegen, zonder pijn en in alle richtingen Maar het gewricht is kwetsbaar en door ons vele zitten en naar voren gericht zijn, bouwen we hier veel spanning op. Zo is het nu eenmaal.

Het is het daarom belangrijk om met aandacht voorzichtig te oefenen. Goed rechtop en lang tussen staart en kroonpunt.

We oefenen veel vanuit en met de bovenarmen en met de ellenbogen omdat het de spieren die hier liggen zijn die het schoudergewricht bevrijden van druk. We maken weer ruimte om ze toch beweeglijk en stabiel te houden.

We willen dit gebied ook verstevigen zonder te verharden. De krachtplek tussen de schouderbladen verbreden betekent de toppen van je sleutelbenen naar opzij lengen om daardoor de trapezium-spier goed zijn werk te laten doen. Dat betekent de bovenrug breed ondersteunen zodat de naar voren gerolde koppen van de bovenarmen weer naar achteren en naar beneden kunnen bewegen.

Het kan heerlijk zijn om overdag even ‘de schouders te zetten’ en wat rondjes te draaien vanuit de koppen van je bovenarm; even iets omhoog en achterlangs; onderlangs en voor weer omhoog. Als laatste de schouderbladen in de volle breedte van je rug naar beneden laten glijden en ontspannen….

Ik heb de leerlingen ingesproken oefeningen (15 min) voor de schouders opgestuurd.

Jenneke

Hosting door Studio Projectie