WAAROM ZOVEEL AANDACHT VOOR BEKKENBODEM, BEKKEN EN BUIKSPIEREN?

De belangrijkste redenen zijn het ervaren van basiskracht en het verlichten van het oprichten

De bekkenbodem vormt de bodem van het bekken, van de romp. Hij geeft stabiliteit, kracht, steun en zekerheid. Zowel psychisch als fysiek. Wat je doet bij het activeren is vanuit een stabiele basis aarden en (moeiteloos) oprichten tot in het kroonpunt naar de ruimte boven je. Het werkt dus zowel naar beneden als naar boven door. Het activeren lengt je lichaam en de natuurlijk hollingen in de rug blijven gehandhaafd. Zo geef je jezelf ‘ruimte’ en ‘aanwezigheid’.

De lichaamshouding kan verbeteren en dat werkt weer door op de adem omdat er meer ruimte voor ontstaat. Er kan gemakkelijker een vrije diepe ademgang ontstaan. En dat geeft een goede balans tussen spanning en ontspanning. Door oefeningen met de bekkenbodem worden de inwendige organen gemasseerd, wat hun werking ten goede komt. Het benige bekken blijft soepel; een goede investering als je ouder wordt. Een goede tonus van de bekkenbodem kan veel lichamelijke klachten voorkomen, geeft lichtheid!

Invloed van bekkenbodem op de voor- en achterkant van het lichaam.

De bekkenbodem kent drie verschillende lagen: Diepste, middelste en buitenste. 

De bekkenbodem wordt met de buikspieren verbonden door de Piramidalis. Zie 5. op tekening hieronder. Dit gebeurt vanzelf als je de bekkenbodem activeert en de rug lang laat worden tussen staart en kroonpunt. (uitlijnen)

1. rechte buikspieren

2.uitwendige schuine buikspieren

3.inwendige schuine buikspieren

4.dwarse buikspieren

5.m.pyrmidalis

De darmbeenspier is een platte driehoekige spier die zich diep in het lichaam bevindt tussen de bovenkant van het dijbeen en de onderzijde van de wervelkolom. De functie van deze spier is onlosmakelijk verbonden met die van de psoas. Deze spieren zijn gedeeltelijk met elkaar vergroeid en verbinden de autochtone rugspieren met de schuine en dwarse buikspieren

Vooral de dwarse buikspier (Transversus abodinus), is een skelet spier die aan de binnenzijde van de schuine buikspier ligt en veel kracht geeft. Wordt hij in de lengte opgespannen dan werkt hij fantastisch samen met de schuine buikspieren, en de Psoas en de Pyramidalis. In alle richtingen wordt het lichaam gesteund en versterkt.

De verbindingen van de bekkenbodem met de rug – en buikspieren

Rug. Aan het staart- en heiligbeen zijn de spieren van de binnenste laag van de bekkenbodem verbonden met die van de onderrug.

Buik. Aan het schaambeen zijn de spieren van de binnenste laag van de bekkenbodem verbonden met de m. pyramidalis en met die van de buik.

Heupen. Naar opzij werken deze spieren van de binnenste bekkenbodemlaag nauw samen met de heupspieren

Benen. De diepliggende spierlaag ondersteunt en zorgt voor de natuurlijke oprichting van het bekken en spant daardoor ook de(binnenkant) bovenbeenspieren. Een stevige bekkenbodem is dus zeker bij slappe bovenbeenspieren belangrijk. De beenspieren worden lang en sterk. Werkt de binnenste laag bij de oprichting van het lichaam consequent mee, dan voelt het alsof de torso door een heel fijn net gesteund wordt.

 

De borstkas en ook de wervelkolom reageren op stand van bekken en een geactiveerde bekkenbodem.

Een holle rug. Bekken kantelt naar voren en borstkas naar voren. Je zit te veel voor op de zitbeentjes.

Bolle rug. Bekken kantelt naar achteren, borst zakt in. Je zit te veel achter op de zitbeentjes.

De wervels van de wervelkolom worden gestabiliseerd, wat weer van belang is voor het toelaten van ontspanning in de wervelkolom en de bindweefsel structuren rond het ruggenmerg. Ook voor de gezondheid van de rug is een sterke, (strakke, vlakke) buik belangrijk. De stevigheid van de buikspieren is bepalend voor het oprichten van de borstkas. Wanneer de onderste ribben niet door de spierspanning naar binnen en naar beneden getrokken orden, kantelt de borstkas naar achteren. Daardoor ontstaat er niet alleen stuwing in de onderrug maar de hele romp zakt in, het gebied rond de navel ‘verdwijnt’. In plaats daarvan kun je de navel naar het borstbeen lengen en de krachtplek tussen de schouderbladeren activeren.

Oefening: Oprichten vanuit de basis

Alle spierspanningen zacht en geleidelijk opbouwen. In het begin gaat het meestal nog verkrampt en te hard.

  • Bekkenbodem activeren: Laat de zitbeenderen zinken en schuif ze zachtjes naar elkaar toe.
  • Binnenste dwarse buikspieren zacht activeren; Leng het schaambeen naar beneden, de navel naar het borstbeen.
  • Uitlijnen: Leng tegengesteld tussen staart en kroonpunt vanuit het midden van de rug.
  • Til je borstbeen ietsje op.

Het resultaat is dat er ruimte ontstaat voor het gebied rondom de navel en dit vrij van druk houdt en ook weer de doorstroming van de ademenergie  bevordert.

Terwijl je opgericht bent vanuit het bekken (niet gekanteld) en alleen dan; verbind je de diepliggende spieren van de bekkenboden; het bekken; de rug; de benen; de heupen en de buik tot een natuurlijk spierkorset. Naar beneden toe ontlast het de benen en de voeten, naar boven de schouders en het hoofd.

In de diepste spierlaag van de bekkenbodem (de Levator; Ani) komt als het ware alles bij elkaar; de psoas en darmbeenspier en verbinden zich met de schuine en dwarse buikspieren.

 Jenneke

 

 

Hosting door Studio Projectie